Bij deze ICT-test moet u zowel het gebruik door u zelf als het gebruik door uw leerlingen aangeven.
Gebruikt u als docent:
Gebruiken uw leerlingen:
Veel
Regelmatig
Nooit
Veel
Regelmatig
Nooit
1. Tekstverwerker en -opmaak (bv Microsoft Word)
2. Presentatie (bv Microsoft Powerpoint)
3. Spreadsheet (bv Microsoft Excel)
4. Database (bv Microsoft Access)
5. Media players (bv Real Audio of Microsoft Mediaplayer)
u als docent: Uitstekend, u gebruikt uw computer waar hij voor is: het verwerken van data op zeer verschillende manieren
u als docent: Dit kan beter. U gebruikt uw computer tussen 50% en 80% voor het verwerken van data. Als u alle 5 mogelijkheden gaat verkennen zult u zien welk een gemak deze programma's u bieden
u als docent: Jammer, u gebruikt of geen computer of zeer sporadisch. Wellicht dat u een cursus voor het gebruik van een computer zou moeten gaan volgen. U zult versteld staan van de mogelijkheden die een computer heeft
uw leerlingen: U geeft uw leerlingen de ruimte om van ICT gebruik te maken voor hun lesopdrachten, dat is mooi. Voor leerlingen is de computer niet meer weg te denken uit hun leven.
uw leerlingen: Uw leerlingen zouden meer gebruik moeten kunnen maken van ICT. Het motiveert hen en er komen betere presentaties van. De computer geeft namelijk ook structuur aan het werk.
uw leerlingen: Jammer, of uw school heeft niet de mogelijkheid om leerlingen met ICT te laten werken, of leerlingen zijn er niet in geïnteresseerd. Daarop geeft deze toets geen antwoord. Wellicht dat u mogelijkheden ziet u sterk te maken voor een meer gebruikt van ICT t.b.v. lesopdrachten